Dossier: gezondheidslabels
Achtergrond
Gezondheidslogo’s bestaan al ruim 15 jaar. In Zweden begon de overheid al in 1990 met het Key Hole-logo. Doel van het logo is om consumenten een gemakkelijk hulpmiddel te bieden om uiteindelijk een gezondere keuze te maken.
Met de opkomst van obesitas en voedingsgerelateerde ziekten, zoals cardiovasculaire aandoeningen, is de aandacht voor deze logo’s de afgelopen tien jaar aanzienlijk toegenomen. Inmiddels zijn er behalve het Zweedse Key Hole-initiatief circa 10 programma’s (ZIE OVERZICHT PDF) wereldwijd.
De initiatiefnemers achter de logo’s lopen uiteen van overheidsorganen (Voedingscentrum-achtige organisaties), NGO’s (bijvoorbeeld de American Heart Association) tot particuliere bedrijven (Kraft, PepsiCo).
In ons land alleen al zijn er momenteel drie. Albert Heijn heeft in 2006 een eigen programma opgezet, genaamd Gezonde Keuze Klavertje. Dit is een etikettering die de retailer voornamelijk gebruikt voor haar huismerken.
Daarnaast heeft de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) het Energielogo gelanceerd. Dit logo geeft zowel de energiewaarde per portie als de gehele energiewaarde van het product aan.
Tot slot hebben in hetzelfde jaar drie grote fabrikanten - Unilever, Campina en Friesland Foods – het Kies bewust-logo opgezet. Dit programma is wel toegankelijk voor derden. Inmiddels voeren de producten van verschillende fabrikanten en retailers het logo.
Aanvankelijk zou de Federatie FNLI de voortrekker zijn van een branchebreed logo. Dit stuitte echter op verzet van bepaalde sectoren, zoals de zoetwarenbranche, die zich niet konden verenigen met de criteria achter het logo.
Nutrient profiling
Of een product nu wel of niet een gezondheidslogo mag dragen, is een kwestie van nutrient profiling, ofwel nutriëntenprofilering.
Nutriëntenprofilering – de 'wetenschap' waarbij levensmiddelen worden gecategoriseerd aan de hand van hun compositie – komt vanuit Brussel. De EU gebruikte de term als eerste in het kader van Artikel 4 van de Nutrition and Health Claims Proposal.
Dit artikel gaat over de kwestie of levensmiddelen met een bepaald zout-, vet- en suikergehalte wel gezondheids- of inhoudsclaims - bijvoorbeeld 0 procent vet - mogen voeren. Dit om situaties te voorkomen waarbij zoete producten claims als vetarm gaan voeren en zodoende de consument misleiden.
Welnu, deze materie geldt ook voor het dragen van gezondheidslabels. Het zou de volksgezondheid en geloofwaardigheid van deze labels niet ten goede komen als te vette, of te zoute levensmiddelen worden gepropageerd.
De Britse Food Standards Agency ontwikkelde als één van de eersten een model dat oorspronkelijk bedoeld is voor aan banden leggen van voedingsmiddelenreclame aan minderjarigen.
Het FSA-model is een zogenaamd scoremodel waarbij levensmiddelen pluspunten krijgen voor ‘gezonde’ nutriënten en minpunten voor ‘ongezonde’ nutriënten, zoals zout, suiker en vet. De eindscore wordt bepaald door de som van bepaalde ‘gezonde’ nutriënten af te trekken van de som van bepaalde ‘ongezonde’ nutriënten.
Daarnaast is een drempelmodel waarbij alleen de grenswaarden voor ‘ongezonde’ nutriënten worden meegenomen.
Wereldwijd lijkt het drempelmodel het meest te worden gebruikt. Dat ligt wellicht aan de relatief eenvoudige opzet. Je kijkt immers alleen naar de 'baddies', zoals vet, suiker, zout, energie – en je hoeft geen ingewikkelde rekensom te maken waarbij je de ‘ongezonde’ nutriënten afweegt tegen de gezonde nutriënten.
Behalve de keuze voor een model speelt een andere kwestie een belangrijke rol: gooi je alle levensmiddelen op een hoop of vergelijk je producten binnen hun categorie. De FSA gebruikte een model dat geldt voor alle productgroepen. Het gevolg: de industrie - bijvoorbeeld zoetwarenfabrikanten - stond op haar achterste benen.
In Nederland gebruikt AH haar model op een basis waarbij producten binnen een categorie worden bekeken. De supermarktketen focust daarbij op verzadigd vet, transvet, zout, suiker en voedingsvezels. De grenzen aan deze nutriënten verschillen van categorie tot categorie.
Ik Kies bewust maakt een onderscheid tussen basisgroepen en niet-basisgroepen. Basisgroepen zijn voedingsmiddelen, bijvoorbeeld brood die, gezien hun populariteit en voedingskundige waarde, een belangrijke bijdrage leveren aan de volksgezondheid. Niet-basisgroepen zijn producten die minder vaak worden gegeten en die qua voedingskundige waarde een geringere bijdrage leveren aan de volksgezondheid.
Los van de modellen die worden gehanteerd, blijft overeind dat er aan het wetenschappelijke gehalte van nutrient profiling getornd kan worden. De geestelijke vader van het FSA-model, Mike Rayner, voedingsexpert aan de Oxford Universiteit, gaf eerder al toe dat sommige elementen van het model eerder politiek dan wetenschappelijk gedreven waren.
Belangrijk is wel dat de modellen in hoge mate overeenkomen met voedingsadviezen van belangrijke instanties, zoals het Voedingscentrum, de Gezondheidsraad en de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO).
Gezondheidslogo’s bestaan al ruim 15 jaar. In Zweden begon de overheid al in 1990 met het Key Hole-logo. Doel van het logo is om consumenten een gemakkelijk hulpmiddel te bieden om uiteindelijk een gezondere keuze te maken.
Met de opkomst van obesitas en voedingsgerelateerde ziekten, zoals cardiovasculaire aandoeningen, is de aandacht voor deze logo’s de afgelopen tien jaar aanzienlijk toegenomen. Inmiddels zijn er behalve het Zweedse Key Hole-initiatief circa 10 programma’s (ZIE OVERZICHT PDF) wereldwijd.
De initiatiefnemers achter de logo’s lopen uiteen van overheidsorganen (Voedingscentrum-achtige organisaties), NGO’s (bijvoorbeeld de American Heart Association) tot particuliere bedrijven (Kraft, PepsiCo).
In ons land alleen al zijn er momenteel drie. Albert Heijn heeft in 2006 een eigen programma opgezet, genaamd Gezonde Keuze Klavertje. Dit is een etikettering die de retailer voornamelijk gebruikt voor haar huismerken.
Daarnaast heeft de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) het Energielogo gelanceerd. Dit logo geeft zowel de energiewaarde per portie als de gehele energiewaarde van het product aan.
Tot slot hebben in hetzelfde jaar drie grote fabrikanten - Unilever, Campina en Friesland Foods – het Kies bewust-logo opgezet. Dit programma is wel toegankelijk voor derden. Inmiddels voeren de producten van verschillende fabrikanten en retailers het logo.
Aanvankelijk zou de Federatie FNLI de voortrekker zijn van een branchebreed logo. Dit stuitte echter op verzet van bepaalde sectoren, zoals de zoetwarenbranche, die zich niet konden verenigen met de criteria achter het logo.
Nutrient profiling
Of een product nu wel of niet een gezondheidslogo mag dragen, is een kwestie van nutrient profiling, ofwel nutriëntenprofilering.
Nutriëntenprofilering – de 'wetenschap' waarbij levensmiddelen worden gecategoriseerd aan de hand van hun compositie – komt vanuit Brussel. De EU gebruikte de term als eerste in het kader van Artikel 4 van de Nutrition and Health Claims Proposal.
Dit artikel gaat over de kwestie of levensmiddelen met een bepaald zout-, vet- en suikergehalte wel gezondheids- of inhoudsclaims - bijvoorbeeld 0 procent vet - mogen voeren. Dit om situaties te voorkomen waarbij zoete producten claims als vetarm gaan voeren en zodoende de consument misleiden.
Welnu, deze materie geldt ook voor het dragen van gezondheidslabels. Het zou de volksgezondheid en geloofwaardigheid van deze labels niet ten goede komen als te vette, of te zoute levensmiddelen worden gepropageerd.
De Britse Food Standards Agency ontwikkelde als één van de eersten een model dat oorspronkelijk bedoeld is voor aan banden leggen van voedingsmiddelenreclame aan minderjarigen. Het FSA-model is een zogenaamd scoremodel waarbij levensmiddelen pluspunten krijgen voor ‘gezonde’ nutriënten en minpunten voor ‘ongezonde’ nutriënten, zoals zout, suiker en vet. De eindscore wordt bepaald door de som van bepaalde ‘gezonde’ nutriënten af te trekken van de som van bepaalde ‘ongezonde’ nutriënten.
Daarnaast is een drempelmodel waarbij alleen de grenswaarden voor ‘ongezonde’ nutriënten worden meegenomen.
Wereldwijd lijkt het drempelmodel het meest te worden gebruikt. Dat ligt wellicht aan de relatief eenvoudige opzet. Je kijkt immers alleen naar de 'baddies', zoals vet, suiker, zout, energie – en je hoeft geen ingewikkelde rekensom te maken waarbij je de ‘ongezonde’ nutriënten afweegt tegen de gezonde nutriënten.
Behalve de keuze voor een model speelt een andere kwestie een belangrijke rol: gooi je alle levensmiddelen op een hoop of vergelijk je producten binnen hun categorie. De FSA gebruikte een model dat geldt voor alle productgroepen. Het gevolg: de industrie - bijvoorbeeld zoetwarenfabrikanten - stond op haar achterste benen.
In Nederland gebruikt AH haar model op een basis waarbij producten binnen een categorie worden bekeken. De supermarktketen focust daarbij op verzadigd vet, transvet, zout, suiker en voedingsvezels. De grenzen aan deze nutriënten verschillen van categorie tot categorie.
Ik Kies bewust maakt een onderscheid tussen basisgroepen en niet-basisgroepen. Basisgroepen zijn voedingsmiddelen, bijvoorbeeld brood die, gezien hun populariteit en voedingskundige waarde, een belangrijke bijdrage leveren aan de volksgezondheid. Niet-basisgroepen zijn producten die minder vaak worden gegeten en die qua voedingskundige waarde een geringere bijdrage leveren aan de volksgezondheid.
Los van de modellen die worden gehanteerd, blijft overeind dat er aan het wetenschappelijke gehalte van nutrient profiling getornd kan worden. De geestelijke vader van het FSA-model, Mike Rayner, voedingsexpert aan de Oxford Universiteit, gaf eerder al toe dat sommige elementen van het model eerder politiek dan wetenschappelijk gedreven waren.
Belangrijk is wel dat de modellen in hoge mate overeenkomen met voedingsadviezen van belangrijke instanties, zoals het Voedingscentrum, de Gezondheidsraad en de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO).
Bij de eerste controles in 2008 bleek dat er veel fouten werden gemaakt met de plaatsing van het logo op producten. Met de kleuren en de plaats bleek nogal eens iets mis te zijn. Ook werd in vier gevallen een afwijkende voedingswaarde geconstateerd.
Ik Kies Bewust
Ik Kies Bewust is een initiatief uit de particuliere hoek. Nadat bemoeienissen van het FNLI om een branchebreed logo te ontwikkelen strandden, namen Campina, Friesland Foods en Unilever het stokje over.
Ik Kies bewust is een open programma, wat betekent dat bedrijven uit de retail, industrie en out-of-home sector, zullen kunnen aansluiten.
Het aantal producten met het Ik Kies Bewust-logo is in twee jaar tijd verachtvoudigd. Bij de lancering van het gezondheidslogo droegen 350 artikelen het keurmerk, begin juli 2008 lag dat aantal op 2.700 items. Enkele maanden eerder was de honderdste deelnemer ingeschreven.
Het Kies Bewust-logo wordt ook gedragen door de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (Veneca), waarvan de leden 4500 bedrijfsrestaurants exploiteren. Ook Superunie, C1000 en Super De Boer gaan de logo's op producten van hun huismerken zetten. Het logo wordt ondersteund door het ministerie van VWS, de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum en het CBL.
Aanvankelijk kende het nutrient profiling-systeem achter Kies Bewust een uitzonderingspositie voor bepaalde productgroepen. Daarbij ging het met name over soep (zout), kaas, (zout), maaltijd- en tafelsauzen (zout) en consumptie-ijs (suiker).
Jaap Seidell, voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van Kies Bewust, was daarover niet te spreken. Op evmi.nl zei hij: ‘Ik wordt altijd een beetje zenuwachtig als er uitzonderingen op de regel worden gemaakt.’
Inmiddels zijn zoals gezegd de criteria achter het logo aangepast. Er zijn geen uitzonderingen meer aangezien voedingsmiddelen in twee categorieën zijn ingedeeld. Voor beide groepen gelden generieke criteria voor verzadigd vet, transvet, vrije suikers, vezels en zout die op basis van de WHO-normen zijn opgesteld.
Daarbij moet worden vermeld dat deze normen voor Kies bewust met 30 procent zijn opgerekt. Reden is dat de WHO-normen zo streng zijn dat een consument, mocht deze alleen IKB-producten eten, juist te weinig vet binnen zou krijgen.
Momenteel loopt het IKB-programma in de pas met de adviezen van de Gezondheidsraad en de WHO. Dat betekent dat als een consument een IKB-menu zou volgen, dat hij zijn inname van de bovengenoemde nutriënten voldoende beperkt danwel opschroeft.
Zout vormt hierop een uitzondering. Zelfs met een IKB-menu blijft de zoutinname circa 370 mg boven de norm die de Gezondheidsraad en de WHO hebben opgesteld. Seidell verklaarde wel dat de zoutnorm in de komende jaren zal worden aangescherpt. Reden is dat zoutverlaging beter geleidelijk kan worden doorgevoerd om de consument te laten wennen aan de smaak.
Een andere afzwakking van het systeem is met mee laten wegen van de marktfactor. Dit betekent dat in de basisgroepen minimaal 20 procent van het aanbod moet kunnen voldoen aan de IKB-norm. Bij niet-basisgroepen ligt dit lager, op 10 procent. Volgens Seidell moet de lat weer niet zo hogen liggen dat de consument uiteindelijk te weinig keuze heeft. ‘Dan schiet je met Ik Kies Bewust je doel voorbij.’
Gezonde Keuze Klavertje
Albert Heijn was in Nederland iedereen voor met haar Gezonde Keuze Klavertje. Over deze alleengang was niet iedereen te spreken. Immers, het initiatief negeerde min of meer de behoefte van de consument aan één logo in plaats van meerdere logo’s.
Door AH’s logo, dat niet opengesteld is voor andere deelnemers, werd het idee van één logo-voor-allen een utopie. En ja hoor, kort na de introductie van GKK volgden Kies Bewust en het energielogo.
Inmiddels dragen circa 1200 huismerk-producten het Klavertje. Het logo staat op verschillende soorten producten: van groenten tot diepvriesvis en van melk en kaas tot soep en kant-en klaarmaaltijden.
Op dit moment (eind 2006) bekijkt Albert Heijn of er binnen productgroepen waar weinig klavertjes zijn toegekend gezonde producten kunnen worden geïntroduceerd. Ook worden recepturen kritisch bekeken en indien mogelijk met behoud van smaak aangepast aan de criteria van het klavertje.
Volgens AH verkopen de huismerken met het Klavertje-logo bovengemiddeld goed. De omzet in deze categorie is in korte tijd met 23 procent gegroeid. De overige huismerken deden met het 9 procent groei beduidend slechter.
Overigens is het logo van Albert Heijn al een keer in opspraak gekomen. Uit metingen van de Consumentenbond bleek dat enkele zalmmaaltijden, voorzien met het logo, meer ongezond vet bevatten dan toegestaan.
Energielogo
Na het echec met het lanceren van een branchebreed gezondheidslogo herstelde de FNLI zich snel. Begin 2006 kwam de branchevereniging FNLI met het energielogo op de proppen. Omdat zowel Kies Bewust als GKK geen normen hanteren voor energie-inname, was en is het logo nog steeds een gat in de markt.
Het logo mag door alle aanbieders van voedingsmiddelen - zowel merk en huismerk, winkelier, cateraar en restaurateur - worden toegepast mits aan de voorwaarden van de FNLI wordt voldaan.
In korte tijd is het energielogo uitgegroeid tot een internationaal succes. Eind 2006 kondigden de Europese vestigingen van multinationals als Coca-Cola, Danone, Kellogg’s, Kraft Foods, Nestlé, PepsiCo en Unilever aan dat hun producten gaan voorzien van informatie over de energiedichtheid op de voorkant van de verpakking.
De bovenstaande bedrijven zullen zowel het absolute energiewaarde van product/portie als de bijdrage aan de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid (GDA: Guideline Daily Amount) vermelden.
Het alom gevreesde stoplichtsysteem
In de discussie rondom gezondheidslabels mag het stoplichtsysteem niet ontbreken. Grofweg houdt een dergelijk systeem in dat op de voorzijde van de verpakking een rode, groene en oranje stip staat.
Daarbij mag een product met een rode stip slechts bij uitzondering worden gegeten, een oranje stip betekent in de terminologie van het Voedingscentrum een middenweg-product en een groene stip betekent dat een product regelmatig gegeten kan worden.
Een dergelijk systeem, dat zou gelden voor alle productcategorieën, wordt door de sommige sectoren in de industrie gevreesd. Het zou immers betekenen dat bepaalde productgroepen vrijwel uitsluitend een rode stip zouden krijgen.
Wat daarvan de gevolgen kunnen zijn, bleek uit een test van de Britse retailer Tesco. Met rode en groene kleuren op de voorzijde bleken testpersonen veel gezondere producten te kopen. Zo zag De Britse winkelketen Sainsbury's de verkoop van kant-en-klaarmaaltijden met rode stip 35 procent dalen binnen twaalf weken. De verkoop van groene-stipmaaltijden steeg daarentegen met 7 procent.
In 2007 voerde de Europese consumentenorganisatie BEUC in Brussel een lobby om het systeem in de EU door te voeren. Het is vooralsnog onduidelijk of dit zal gebeuren en, zo ja, in welke vorm deze zijn beslag zal krijgen.
Het is overigens maar de vraag of een transnationaal initiatief zal gaan werken. Omdat de voedingspatronen in de EU uiteenlopen, is het opzetten van een geharmoniseerd systeem vrijwel onmogelijk.
Zo ligt de zoutinname in de Verenigd Koninkrijk hoger dan in de meeste EU-landen. Hierdoor zou het aanscherpen van een internationale zoutnorm in de UK meer voor de hand liggen. In andere landen zou zout weer een lagere prioriteit kunnen hebben.
Effect
Ondanks dat gezondheidslogo’s al ruim 15 jaar op de markt zijn, is er nog weinig zicht op de effectiviteit van gezondheidslogo’s. In Zweden, waar men al sinds 1990 werkt met het Key Hole-logo, is geen onderzoek verricht naar de invloed van het programma op de volksgezondheid.
Sterker nog, het gebruik van logo’s zou ook een averechts effect kunnen hebben op het eetpatroon. Zo zouden sommige consumenten orthorexia nervosa kunnen krijgen, een aandoening waarbij de patiënt geobsedeerd is door gezonde voeding en minder gezonde snacks associeert met schuld of zonde.
Epiloog
Los van mogelijke wenselijke of onwenselijke effecten blijft overeind dat het gebruik van gezondheidslabels de komende jaren alleen maar zal toenemen. In ons land kondigde Albert Heijn al aan dat het meer producten wil voorzien van een GKK-logo.
Het Kies Bewust-programma is inmiddels uitgebreid tot versgroepen. Door deze uitbreiding verwacht een woordvoerder van het programma dat eind 2007 het aantal producten met het logo zal zijn verdriedubbeld tot 1000 producten.
De kans dat GKK en Kies Bewust in elkaar geschoven worden, is miniem. Albert Heijn ziet in haar eigen systeem duidelijk een onderscheidend vermogen ten opzichte van andere supers. Het bedrijf zal dat voordeel niet op willen geven.
Wel is het mogelijk dat het energielogo uiteindelijk opgaat in een of in beide systemen. Seidell heeft zich hierover al in positieve zin uitgelaten.
Het Kies Bewust-logo wordt ook gedragen door de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (Veneca), waarvan de leden 4500 bedrijfsrestaurants exploiteren. Ook Superunie, C1000 en Super De Boer gaan de logo's op producten van hun huismerken zetten. Het logo wordt ondersteund door het ministerie van VWS, de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum en het CBL. Aanvankelijk kende het nutrient profiling-systeem achter Kies Bewust een uitzonderingspositie voor bepaalde productgroepen. Daarbij ging het met name over soep (zout), kaas, (zout), maaltijd- en tafelsauzen (zout) en consumptie-ijs (suiker).
Jaap Seidell, voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van Kies Bewust, was daarover niet te spreken. Op evmi.nl zei hij: ‘Ik wordt altijd een beetje zenuwachtig als er uitzonderingen op de regel worden gemaakt.’ Inmiddels zijn zoals gezegd de criteria achter het logo aangepast. Er zijn geen uitzonderingen meer aangezien voedingsmiddelen in twee categorieën zijn ingedeeld. Voor beide groepen gelden generieke criteria voor verzadigd vet, transvet, vrije suikers, vezels en zout die op basis van de WHO-normen zijn opgesteld.
Daarbij moet worden vermeld dat deze normen voor Kies bewust met 30 procent zijn opgerekt. Reden is dat de WHO-normen zo streng zijn dat een consument, mocht deze alleen IKB-producten eten, juist te weinig vet binnen zou krijgen.
Momenteel loopt het IKB-programma in de pas met de adviezen van de Gezondheidsraad en de WHO. Dat betekent dat als een consument een IKB-menu zou volgen, dat hij zijn inname van de bovengenoemde nutriënten voldoende beperkt danwel opschroeft.
Zout vormt hierop een uitzondering. Zelfs met een IKB-menu blijft de zoutinname circa 370 mg boven de norm die de Gezondheidsraad en de WHO hebben opgesteld. Seidell verklaarde wel dat de zoutnorm in de komende jaren zal worden aangescherpt. Reden is dat zoutverlaging beter geleidelijk kan worden doorgevoerd om de consument te laten wennen aan de smaak.
Een andere afzwakking van het systeem is met mee laten wegen van de marktfactor. Dit betekent dat in de basisgroepen minimaal 20 procent van het aanbod moet kunnen voldoen aan de IKB-norm. Bij niet-basisgroepen ligt dit lager, op 10 procent. Volgens Seidell moet de lat weer niet zo hogen liggen dat de consument uiteindelijk te weinig keuze heeft. ‘Dan schiet je met Ik Kies Bewust je doel voorbij.’
Gezonde Keuze Klavertje
Albert Heijn was in Nederland iedereen voor met haar Gezonde Keuze Klavertje. Over deze alleengang was niet iedereen te spreken. Immers, het initiatief negeerde min of meer de behoefte van de consument aan één logo in plaats van meerdere logo’s.
Door AH’s logo, dat niet opengesteld is voor andere deelnemers, werd het idee van één logo-voor-allen een utopie. En ja hoor, kort na de introductie van GKK volgden Kies Bewust en het energielogo. Inmiddels dragen circa 1200 huismerk-producten het Klavertje. Het logo staat op verschillende soorten producten: van groenten tot diepvriesvis en van melk en kaas tot soep en kant-en klaarmaaltijden.
Op dit moment (eind 2006) bekijkt Albert Heijn of er binnen productgroepen waar weinig klavertjes zijn toegekend gezonde producten kunnen worden geïntroduceerd. Ook worden recepturen kritisch bekeken en indien mogelijk met behoud van smaak aangepast aan de criteria van het klavertje.
Volgens AH verkopen de huismerken met het Klavertje-logo bovengemiddeld goed. De omzet in deze categorie is in korte tijd met 23 procent gegroeid. De overige huismerken deden met het 9 procent groei beduidend slechter.
Overigens is het logo van Albert Heijn al een keer in opspraak gekomen. Uit metingen van de Consumentenbond bleek dat enkele zalmmaaltijden, voorzien met het logo, meer ongezond vet bevatten dan toegestaan.
Energielogo
Na het echec met het lanceren van een branchebreed gezondheidslogo herstelde de FNLI zich snel. Begin 2006 kwam de branchevereniging FNLI met het energielogo op de proppen. Omdat zowel Kies Bewust als GKK geen normen hanteren voor energie-inname, was en is het logo nog steeds een gat in de markt.
Het logo mag door alle aanbieders van voedingsmiddelen - zowel merk en huismerk, winkelier, cateraar en restaurateur - worden toegepast mits aan de voorwaarden van de FNLI wordt voldaan. In korte tijd is het energielogo uitgegroeid tot een internationaal succes. Eind 2006 kondigden de Europese vestigingen van multinationals als Coca-Cola, Danone, Kellogg’s, Kraft Foods, Nestlé, PepsiCo en Unilever aan dat hun producten gaan voorzien van informatie over de energiedichtheid op de voorkant van de verpakking.
De bovenstaande bedrijven zullen zowel het absolute energiewaarde van product/portie als de bijdrage aan de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid (GDA: Guideline Daily Amount) vermelden.
Het alom gevreesde stoplichtsysteem
In de discussie rondom gezondheidslabels mag het stoplichtsysteem niet ontbreken. Grofweg houdt een dergelijk systeem in dat op de voorzijde van de verpakking een rode, groene en oranje stip staat.
Daarbij mag een product met een rode stip slechts bij uitzondering worden gegeten, een oranje stip betekent in de terminologie van het Voedingscentrum een middenweg-product en een groene stip betekent dat een product regelmatig gegeten kan worden. Een dergelijk systeem, dat zou gelden voor alle productcategorieën, wordt door de sommige sectoren in de industrie gevreesd. Het zou immers betekenen dat bepaalde productgroepen vrijwel uitsluitend een rode stip zouden krijgen.
Wat daarvan de gevolgen kunnen zijn, bleek uit een test van de Britse retailer Tesco. Met rode en groene kleuren op de voorzijde bleken testpersonen veel gezondere producten te kopen. Zo zag De Britse winkelketen Sainsbury's de verkoop van kant-en-klaarmaaltijden met rode stip 35 procent dalen binnen twaalf weken. De verkoop van groene-stipmaaltijden steeg daarentegen met 7 procent.
In 2007 voerde de Europese consumentenorganisatie BEUC in Brussel een lobby om het systeem in de EU door te voeren. Het is vooralsnog onduidelijk of dit zal gebeuren en, zo ja, in welke vorm deze zijn beslag zal krijgen.
Het is overigens maar de vraag of een transnationaal initiatief zal gaan werken. Omdat de voedingspatronen in de EU uiteenlopen, is het opzetten van een geharmoniseerd systeem vrijwel onmogelijk.
Zo ligt de zoutinname in de Verenigd Koninkrijk hoger dan in de meeste EU-landen. Hierdoor zou het aanscherpen van een internationale zoutnorm in de UK meer voor de hand liggen. In andere landen zou zout weer een lagere prioriteit kunnen hebben.
Effect
Ondanks dat gezondheidslogo’s al ruim 15 jaar op de markt zijn, is er nog weinig zicht op de effectiviteit van gezondheidslogo’s. In Zweden, waar men al sinds 1990 werkt met het Key Hole-logo, is geen onderzoek verricht naar de invloed van het programma op de volksgezondheid.
Sterker nog, het gebruik van logo’s zou ook een averechts effect kunnen hebben op het eetpatroon. Zo zouden sommige consumenten orthorexia nervosa kunnen krijgen, een aandoening waarbij de patiënt geobsedeerd is door gezonde voeding en minder gezonde snacks associeert met schuld of zonde.
Epiloog
Los van mogelijke wenselijke of onwenselijke effecten blijft overeind dat het gebruik van gezondheidslabels de komende jaren alleen maar zal toenemen. In ons land kondigde Albert Heijn al aan dat het meer producten wil voorzien van een GKK-logo.
Het Kies Bewust-programma is inmiddels uitgebreid tot versgroepen. Door deze uitbreiding verwacht een woordvoerder van het programma dat eind 2007 het aantal producten met het logo zal zijn verdriedubbeld tot 1000 producten.
De kans dat GKK en Kies Bewust in elkaar geschoven worden, is miniem. Albert Heijn ziet in haar eigen systeem duidelijk een onderscheidend vermogen ten opzichte van andere supers. Het bedrijf zal dat voordeel niet op willen geven.
Wel is het mogelijk dat het energielogo uiteindelijk opgaat in een of in beide systemen. Seidell heeft zich hierover al in positieve zin uitgelaten.
