Dossier verzadiging en eetlustremmers

 

Een artikel over verzadigende voeding is te lezen in Elsevier Voedingsmiddelen Industrie van 20 maart 2009.

 

Obesitas is letterlijk een groeiend probleem. Bij producten om overgewicht aan te pakken stond in de jaren negentig vooral vermindering van calorieën en vetten centraal. Ook kleinere porties van producten spelen sinds die tijd een rol. De komende jaren zullen twee andere strategieën steeds meer in de belangstelling komen te staan: vetverbranders en de verzadigende werking van producten en ingrediënten. Dat laatste staat centraal in dit dossier.

Voedingswetenschappers en voedingsmiddelenbedrijven doen volop onderzoek naar verzadiging. Wageningen UR en Universiteit Utrecht kondigden in januari 2007 aan onderzoek te gaan doen naar eetlustremmende producten. Ze doen dat in samenwerking met het Top Institute Food and Nutrition en bedrijven als Unilever, Friesland Foods, Campina en Purac. Daarbij worden onder meer MRI-scans van de hersenen gemaakt op het moment dat mensen eten.

Wetenschappers onderscheiden twee soorten verzadiging: metabole verzadiging (satiation) versus sensorische verzadiging (satiety). De metabole verzadiging is het gevoel vol te zitten, terwijl de sensorische verzadiging aangeeft geen trek te hebben. Het één heeft echter alles met het ander te maken.

Zintuigen
Verzadiging blijkt samen te hangen met de tijd dat de zintuigen het product waarnemen. Om die reden verzadigen calorieën in vloeibare vorm minder dan calorieën in vaste vorm. Soep verzadigt wel meer dan een drankje, omdat dat met een lepel en dus langzaam wordt gegeten.

Uit onderzoek is gebleken dat het 20 minuten duurt om 500 gram appel te eten, aldus hoogleraar eetgedrag Kees de Graaf tijdens een symposium in september 2007. Om diezelfde hoeveelheid appelmoes te eten is 6 minuten nodig en in vloeibare vorm maar 1,5 minuut. De appeleters bleken meer verzadigd dan de appelmoeseters, die op hun beurt meer verzadigd waren dan de sapdrinkers. De tijd dat de zintuigen in contact zijn met het product is dus van belang voor het verzadigingsgevoel.

Evmi adviseerde in december 2007 mensen die willen afvallen daarom om met stokjes te eten. Ze eten dan langzamer dan wanneer ze met regulier bestek eten. Amerikaans onderzoek onder gezonde vrouwen bevestigde dat langzaam eten leidt tot een lagere inname van calorieën.

Portionering
Ook de portionering van producten blijkt van belang. De vakgroep Humane Voeding van Wageningen Universiteit heeft dat onderzocht. Wie kleine Mars-reepjes met het formaat van een groot uitgevallen smartie eet, wordt minder snel dik dan iemand die de normale grote variant consumeert, zo concludeerden de onderzoekers. De hersenen krijgen intensievere prikkels van kleine hapjes dan van grote hoeveelheden tegelijk.

Textuur
Uit promotieonderzoek van Pascalle Weijzen blijkt dat ook de textuur van het product invloed heeft op sensorische verzadiging. Koekjes met een eenvoudige textuur verzadigen meer dan complexe texturen. 'Kale koekjes zoals een mariakaakje verzadigen eerder dan koekjes met chocolade, suiker of vet.' De onderzoeker stelt dat, behalve de textuur, de uitgesproken en sterke smaak van sommige producten met een eenvoudige textuur ook een rol speelt in het verzadigingsproces.

De bereidingswijze en de consistentie van voeding heeft ook gevolgen voor de maaglediging, de metabole verzadiging dus. Makkelijk verteerbaar voedsel heeft een kleinere verzadigingswaarde, omdat de maag eerder leeg is.

Aroma's
Rianne Ruijschop van het Nizo deed onderzoek naar het verband tussen retronasale aroma's en verzadiging. De mate van het vrijkomen van retronasale aroma's tijdens consumptie is afhankelijk van de structuur van het product. Bij vaste voeding komen er langer en uitgesproken retronasale aroma's vrij dan bij vloeibare producten. Ze onderzocht of dranken meer verzadigend worden als het profiel van de retronasale aroma's overeenkomt met die van vaste voedingsmiddelen. Ze concludeerde dat het verzadigingsgevoel inderdaad toenam door meer retronasale aroma's te laten vrijkomen. Ze kreeg hiervoor de Young Scientist of the Year award van Unilever.

Biomarkers
Verzadiging is te meten aan de hand van het eetgedrag van proefpersonen. Er zijn echter ook biomarkers in het lichaam die de mate van zowel de metabole als de sensorische verzadiging aangeven. Kees de Graaf schreef er in 2004 een review over in The American Journal of Clinical Nutrition.

Biomarkers voor 'vol zitten' dan wel trek krijgen zijn de hormonen cholecystokinine (CCK), glucagon-like peptide-1 (GLP-1), leptine en ghreline en het eiwit PYY.

Voedingsstoffen algemeen
Mensen zijn slecht in staat om de calorische waarde van producten in te schatten. De hersenen leiden ons om de tuin. Eiwitten verzadigen namelijk meer dan koolhydraten en koolhydraten weer meer dan vetten. Die zijn op hun beurt weer meer verzadigend dan alcohol.

Het is dus niet zo dat er een verband is tussen het aantal calorieën per gram product en de mate van verzadiging. Er is zelfs eerder een omgekeerd evenredig verband. Een gram eiwitten en een gram verteerbare koolhydraten leveren immers 4 kilocalorieën, terwijl een gram alcohol 7 kilocalorieën levert en een gram vet 9 kilocalorieën.

De verzadigingsprikkel ontstaat bovendien door het samenspel van de smaakbeleving en de fysiologische respons, zo legde de Wageningse hoogleraar Kees de Graaf uit in een interview met Elsevier Voedingsmiddelen Industrie in december 2005. 'De consumptie van een koolhydraat als maltodextrine, dat wel calorieën levert maar niet zoet smaakt, doet bijvoorbeeld niet zoveel in de verzadigingscentra van de hersenen. Dat geldt ook voor een zoete smaakstof die praktisch geen calorieën bevat, zoals aspartaam. Er gebeurt pas iets als je een suiker als glucose geeft, dat én zoet smaakt, én calorieën levert.'

Eiwitten
Naar de verzadigende werking van eiwitten is veel onderzoek gedaan. Zo zorgt een hogere eiwitinname voor een hogere thermogenese (warmteontwikkeling). Paddon-Jones ziet in onderzoek uit 2008 in matige verhoging van de proteïne-inname een 'praktische strategie voor gewichtsverlies', maar dan wel in combinatie met een gezond eetpatroon en levensstijl. Ook Soenen en Westerterp-Plantenga zien in het verzadigende effect van eiwitten de 'key player' bij het verliezen van gewicht en daarna in het handhaven van het gewicht.

Er is ook onderzoek gedaan naar specifieke eiwitten. Zo blijkt brood verrijkt met lupine, dat naast eiwit ook rijk is aan vezels, verzadigend. Ook eiwit van erwten heeft die werking. Eiwitten uit vis blijken meer verzadigend dan eiwitten uit rundvlees.

Ook voor vrouwen met overgewicht of obesitas op dieet blijkt een grotere inname van eiwitten effectief. Recent Amerikaans onderzoek onder proefpersonen met overgewicht en obesitas wijst uit dat eieren bij ontbijt meer verzadigen dan bagels. Ander Amerikaans onderzoek maakt duidelijk dat het voor verzadiging en verminderde energie-inname beter is de eiwitrijke producten bij het ontbijt te eten dan verspreid over de dag.

Koolhydraten: voedingsvezels
(zie ook dossier voedingsvezel)
Vanwege de verzadigende werking van eiwitten richten veel nieuwe producten zich op een hoger proteïnegehalte. Een groot aantal andere nieuwe producten bevat veel vezels.

Voedingsvezels geven namelijk een verzadigd gevoel. Bovendien leveren ze nauwelijks calorieën, doordat ze het lichaam weer verlaten. Vezels worden geheel of gedeeltelijk gefermenteerd door bacteriën in de dikke darm, waarna een gedeelte in het lichaam wordt opgenomen. Het is echter nog niet bekend hoeveel vezels moeten worden gegeten om overgewicht tegen te gaan. Ook is niet duidelijk wat de effecten van de verschillende soorten vezels zijn.

Uit onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven bij ratten blijkt dat bij de afbraak van de prebiotische vezels fructo-oligosaccharides (fos) in de dikke darm eetlustremmende eiwitten vrijkomen.

Koolhydraten: glycemische index
Maaltijden met veel koolhydraten zorgen voor een snelle verzadiging doordat het bloedglucosegehalte snel stijgt. De glucosespiegel daalt echter ook weer snel, waardoor opnieuw een hongergevoel ontstaat.

Oplosbare vezels hebben een gunstig effect op de bloedglucosespiegel. Glucose veroorzaakt een snellere stijging dan sacharose. De glycemische index (GI) zegt iets over de snelheid waarmee koolhydraten in de darm worden afgebroken en de stijging van de glucosespiegel.

Voedingsmiddelen met een index van 55 of lager worden laag glycemisch genoemd, producten met een waarde hoger dan 55 zijn hoog glycemisch.

Peulvruchten en fruit hebben een lage GI en dat geldt ook voor gekookte aardappels. Patat en gebakken aardappels hebben echter een hoge GI. Ook de bereiding is dus van belang.

Sommige wetenschappers stellen dat producten met een lage GI de hongerprikkel uitstellen. Dat zou te maken hebben met voedingsvezel als het type koolhydraten. Vooral jongens aten na een ontbijt met een lage GI minder, maar tegelijkertijd luidde de conclusie van Brits onderzoek uit 2007 dat de lagere energie-inname na een laag glycemisch ontbijt 'statistisch niet significant' was. Een ander Brits onderzoek stelde zelfs dat 'Claims dat de GI van het eetpatroon specifieke effecten heeft op het lichaamsgewicht, zouden daarom misleidend kunnen zijn'.

Vetten 
Vetten zijn minder verzadigend dan eiwitten. In geëmulgeerde vorm (water-in-vet of vet-in-water) is vet gemakkelijker verteerbaar. Niet geëmulgeerde vetten vertragen juist de spijsvertering. Het duurt dan langer voordat het eten de maag verlaten heeft.

Zichtbaar vet verzadigt meer dan verborgen vet.

Door vetten en koolhydraten in producten gedeeltelijk te vervangen door eiwitten, duurt het langer voordat iemand weer trek krijgt. Veel producten in het segment gewichtsbeheersing spelen daarop in. 

Eetlustremmende producten en ingrediënten
Er is een groot aantal verzadigende producten op de markt en het worden er steeds meer. Een groot deel van deze producten bevat veel vezels (Lightfull Satiety Smoothies), veel eiwitten of beide (Fiber One Fullfill Bars van General Mills, Slimfast Hunger Shot van Unilever). Shape van Danone, dat als slogan 'Feel fuller for longer' hanteert, heeft naast eiwitten en vezels ook nog een romige textuur die verzadigend werkt.

Bovendien is er een aantal ingrediënten en producten op de markt die op een andere manier verzadigen. Zo stelt Kemin dat het aardappelextract P12 het vrijkomen van het hongerremmende hormoon CCK stimuleert. Kemin verkoopt het ingrediënt onder de naam Slendesta.

Kerry ontwikkelde het verzadigende ingrediënt Emulgold, op basis van Arabisch gom.

Fabuless (Optimel Control)
Het bekendste eetlustremmende ingrediënt is Fabuless van DSM, dat de honger enkele uren na de maaltijd tegengaat. Fabuless bestaat uit palmolie in een coating van galactolipiden uit haverolie. Doordat het pas in het tweede deel van de dunne darm vrijkomt, worden hongersignalen onderdrukt. Fabuless is er inmiddels ook in poedervorm.

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de verzadigende werking van Olibra, de werkzame stof van Fabuless. De uitkomsten zijn niet eensluidend. Uit onderzoek van Universiteit Maastricht en Campina naar de kortetermijneffecten blijkt dat twintigers weliswaar na consumptie van yoghurt met Olibra, langer verzadigd waren, maar veertigers met overgewicht niet. Bovendien had de consumptie van het verzadigende product in beide groepen geen effect op de energie-inname. Uit een ander onderzoek van Universiteit Maastricht en Campina bleek dat er wel een effect was voor vrouwen met overgewicht in de periode nadat ze waren afgevallen. Zij bleven op gewicht terwijl vrouwen die een placebo hadden gekregen zwaarder werden.

Onderzoek van Britse en Ierse onderzoekers uit 2006 trekt de korte- en middellange termijneffecten van Olibra echter in twijfel.  DSM stelde echter in datzelfde jaar - toen het Zweedse bedrijf Lipid Technologies Provider dat het ingrediënt ontwikkelde werd overgenomen - dat klinische tests de verminderde inname van calorieën hadden aangetoond en vier studies met positieve resultaten over de werking van Olibra waren verschenen.

Fabuless zit onder meer in de eind november 2006 geïntroduceerde zuiveldrank Optimel Control van Campina. Al vóór de introductie kwam er kritiek op het product. De verkoop verliep wel goed. In februari 2007 maakte Campina bekend dat er meer dan 5 miljoen flesjes verkocht waren. 

Fabuless zit ook in onder meer producten van het Italiaanse Bionessere en het Amerikaanse drankje SlimShot.

Pinnothin
Het ingrediënt Pinnothin van Lipid Nutrition wordt gemaakt van olie van de Koreaanse pijnboom. Die groeit in China, Rusland en Korea. Pinnothin stimuleert het vrijkomen van twee hongeronderdrukkende hormonen cholecystokinine (CCK) en glucagon-like peptide-1 (GLP-1).

Lipid Nutrition stelt dat Pinnothin:

  • het gevoel van verzadiging stimuleert
  • het verlangen om te eten onderdrukt
  • de toekomstige voedselinname reduceert
  • het vrijkomen van CCK en GLP-1 bevordert
  • controle verschaft over de eetlust

Onderzoek uit 2008 onder in totaal 42 vrouwen met overgewicht toonde aan dat bij inname een half uur vóór de lunch de voedselinname daalde met 9 procent vergeleken met de controlegroep. Zie ook andere onderzoeken naar Pinnothin en de Koreaanse pijnboom.

Pinnothin bevat ruim 92 procent onverzadigde vetzuren. Het wordt geleverd als olie. Daardoor zijn er toepassingen mogelijk in dranken, brood, koekjes, dressings en chocoladerepen. Het ingrediënt is onder meer verwerkt in de drank Naturally Gorgeous. Er is ook chocolade van Naturally Gorgeous en van Trimma op de markt met het eetlustremmende ingrediënt. Bovendien zijn er diverse voedingssupplementen.

Aanvullingen en eventuele correcties kunnen worden gemaild naar:
n.vanderwerff@eisma.nl