Innovatie om zeep geholpen (Foodplatform)
Het tempo waarin onze economie innoveert zakt alsmaar terug. Vooral in de food. Volgens de ene theorie, onlangs verwoord door Vion-topman Peter Beckers, komt dat mede omdat de sector te weinig spendeert aan R&D. Volgens een andere theorie werken bedrijven en wetenschappers niet goed met elkaar gaan samen, en doen onderzoekers te weinig onderzoek waaraan de samenleving iets heeft.
Ongetwijfeld komt door het mijn recalcitrante karakter, maar ik ben het met beide theorieën oneens. Ikzelf denk dat de innovatie om zeep wordt geholpen doordat universiteiten en instituten te bedrijfsmatig werken.
Een fraai voorbeeld is de milde conserveringstechnologie. In Nederland heeft het door reorganisaties geteisterde onderzoeksinstituut A&F daar baanbrekend onderzoek aan gedaan. A&F ontwikkelde technologie waarmee je verse producten kunt pasteuriseren en steriliseren met hoge druk, geluid, elektrische pulsen of plasma. Hitte komt er niet aan te pas. Dat betekent meer behoud van voedingsstoffen en smaak.
Aan de inspanningen van onderzoekers ligt het niet, maar er gebeurt veel te weinig met milde conserveringstechnologie. Makers van – ik noem maar wat – spreads komen niet in de verleiding om er superieure jams mee te maken. De fabrikanten schrikken van het traject dat de technologie nog moet doorlopen voordat die toegepast kan worden.
Het opschalen van nieuwe technologie vergt veel technische creativiteit. Tijdens het proces duiken allerlei problemen op waar onderzoekers geen seconde bij hebben stilgestaan. Ongetwijfeld kunnen ingenieurs die problemen oplossen, maar alleen na veel geëxperimenteer, hard werken en enorme kosten. Het zijn die kosten die bedrijven tegenhouden bij het adopteren van nieuwe technologie. Soms uit conservatisme, maar vaak omdat hun gezond verstand dat ingeeft.
Diezelfde kostenposten weerhouden ook kennisinstellingen van het verder perfectioneren van de nieuwe technologie, al willen de onderzoekers vaak niets liever. Kennisinstellingen hebben de afgelopen decennia helaas steeds meer het karakter van bedrijven gekregen, compleet met een kadaverdiscipline van neuzen die zonodig één kant op moeten staan, glimmende folders, winststreven en overbetaalde bestuurders.
De moderne kennisinstellingen ontmoedigen onderzoekers om hun energie te steken in het praktijkklaar maken van nieuwe technologie. Het is lucratiever voor kennisinstellingen om te investeren in verse onderzoekslijnen naar nog een nieuwe technologie die waarschijnlijk nooit in de praktijk toegepast zal worden. Met dank aan de subsidiepotten van STW, Den Haag of Brussel.
Als we het innovatieproces weer op de rails willen krijgen, hebben we niet alleen subsidies en samenwerkingsverbanden, maar vooral andere kennisinstellingen nodig – met andere prioriteiten, een andere cultuur en een ander management. Kennisinstellingen, die met hun wetenschap geen geld willen verdienen, maar volledige eindproducten willen afleveren. Die zouden ze niet moeten willen verkopen, maar gewoon moeten weggeven. Voor instellingen die worden betaald met belastinggeld is dat helemaal niet zo’n onlogische insteek.
Een vitale kapitalistische economie heeft socialistische universiteiten nodig.












Vergeet niet dat TIFN voor een deel door de allergrootste Nederlandse bedrijven wordt gefinancierd, die hebben een goede vinger in de pap...Lang leve de marktwerking....