Voedselverspilling verminderen vergt integrale aanpak

afval_voedselverspilling

Jaarlijks gaat in Nederland voor 2 tot 3 miljard euro aan voedsel verloren. Zonde van het geld en niet duurzaam, zo beseffen steeds meer bedrijven. Initiatieven om voedselverspilling te verminderen schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar structurele verbeteringen zijn pas mogelijk als ketenpartners en overheid samen optrekken, benadrukken Toine Timmermans en Philip den Ouden.

EVMI achtergrond & analyse – Verduurzaming voeding

afval_voedselverspilling Foto's: Hans Lebbe, Shutterstock

In 2050 heeft de wereld 60 procent meer voedsel nodig om een wereldbevolking van zo´n 9 miljard mensen te voeden, aldus recente cijfers van de Food and Agricultural Organisation (FAO). “Dat lukt alleen als we ons voedsel duurzamer produceren en minder voedsel verspillen”, stelt Toine Timmermans, programmamanager Duurzame Voedselketens bij Wageningen UR Food & Biobased Research en bij TI Food and Nutrition.

Alleen al in ons land belandt jaarlijks voor 2 tot 3 miljard euro aan voedsel in de afvalcontainer of in laagwaardige toepassingen. Reden voor de Nederlandse overheid om concrete doelstellingen te formuleren: in 2015 20 procent minder voedselverspilling dan in 2009.Steeds meer fabrikanten en retailers zijn zich bewust van het probleem, getuige het toenemende aantal initiatieven in de biobased economy, zoals maïs als grondstof voor bioplastic en biobrandstof uit rietsuiker. Ook een campagne als Eetmaatje van Albert Heijn en het Voedingscentrum maakt dat duidelijk. Eetmaatje is een maatbeker die helpt de juiste porties af te meten.

BvV Philip den Ouden 01 FNLI-directeur Philip den Ouden meent dat er vooral in de logistiek winst is te behalen.

Voedselverspilling is ook een belangrijk thema binnen de Alliantie Verduurzaming Voedsel, een initiatief van brancheorganisaties FNLI, LTO, CBL, KHN en Veneca. “De Alliantie verspreidt best practices en bouwt business cases die laten zien dat reductie van voedselverspilling geld oplevert”, illustreert Philip den Ouden, algemeen directeur van brancheorganisatie FNLI. De Alliantie werkt sinds kort samen met de voedselbanken, om ervoor te zorgen dat daar meer overschotten uit de keten naartoe gaan.

Monitor Voedselverspilling

Bij Wageningen UR lopen verschillende projecten om voedselverspilling te verminderen. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken ontwikkelde Food & Biobased Research in 2012 de Monitor Voedselverspilling – een instrument dat voedselverspilling systematisch en gedetailleerd in kaart brengt, op basis van heldere definities. De monitor helpt overheid en bedrijfsleven gerichte maatregelen te nemen, en wordt in samenwerking met de Alliantie Verduurzaming Voedsel verder verfijnd naarmate meer data beschikbaar komen.

Een ander project is Food2Food, waarbij Food & Biobased Research, supermarkten en Hutten catering gezonde, kwalitatief hoogwaardige maaltijdcomponenten ontwikkelen van niet verkochte groente en fruit. In het project wordt gekeken naar economische haalbaarheid, positionering in de markt, organisatie en logistiek. Daarbij staat voorop dat de voedselveiligheid niet in het geding komt.

Met de Pasteur Sensor Tag is de houdbaarheid van voedingsmiddelen te voorspellen op basis van oogstkwaliteit en omstandigheden tijdens de logistiek – een doorbraak in het verbeteren van de wereldwijde distributie van versproducten. Bovendien wordt het op termijn een onmisbaar hulpmiddel voor consumenten bij het slim plannen, kopen, bewaren en bereiden van voedsel.In een ander project, uitgevoerd binnen het publiek-private samenwerkingsverband TI Food and Nutrition, wordt in samenwerking met FNLI en CBL het Decision Support System ontwikkeld. Hiermee kunnen fabrikanten en retailers doelgericht verliezen in versproducten terugdringen, met betere ketensamenwerking en innovaties.[kader]

‘Suiker onbeperkt houdbaar’

“Het voorkomen van verspillen maakt altijd al deel uit van ons beleid. In de hele keten, van suikerbiet tot kristalsuiker, gooien we niets weg” legt Richelle van Helten, brandmanager consumer products & communicatie bij Suikerunie uit. “We halen zoveel mogelijk suikerbieten per hectare van het land en begeleiden onze telers met groeiadviezen. In onze fabrieken werken we volgens Total Productive Maintenance (TPM), gericht op efficiëntie en beperken van verliezen.”

“Suikerbieten bestaan voor 75 procent uit water en 17 procent uit suiker. In de suikerfabriek wordt het water opgevangen, gebruikt als proceswater, weer gezuiverd en gebruikt als gietwater in de kassenbouw bij de fabriek. De aanhangende klei en aarde zijn voor de aanleg van wegen of het ophogen van landbouwgrond. Van de overgebleven pulp eindigt een deel als veevoeder. De rest gaat met afgebroken bietenpuntjes in onze biomassavergisters. We produceren hiermee jaarlijks bijna 20 miljoen kubieke meter groen gas, voldoende voor 15.000 huishoudens per jaar.”

“Daarnaast proberen we verspilling bij de consument tot een minimum te beperken. We vermelden expliciet op onze consumentenverpakkingen dat suiker onbeperkt houdbaar is en geven een bewaarinstructie.”“De biobased economy brengt straks nog meer mogelijkheden om suikerbieten hoogwaardig te verwerken, denk bijvoorbeeld aan bioplastics uit bietenpulp.” [/kader]

Programmadirecteur Duurzame Voedselketens Toine Timmermans meent dat 40 tot 50 procent minder voedselverspilling haalbaar is.

Systematische aanpak

Hoe bemoedigend ook, het is de vraag of deze initiatieven voldoende zijn om de overheidsdoelstelling te halen. Timmermans denkt van niet: “Een reductie met twintig procent is op zijn vroegst haalbaar rond 2020, mits iedereen in de keten, van primaire producent tot consument, erbij betrokken wordt.”

Hij pleit voor een systematische aanpak waarbij overheid, bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke organisaties nauw samen werken. “De overheid moet komen met een langetermijnstrategie, verspilling zichtbaar maken, en wetgeving ophelderen en zo nodig aanscherpen. Bestaande en nieuwe wetgeving voor verwerking van voedselresten tot veevoer biedt ruimte voor betere verwaarding door fabrikanten en retailers.”

Het huidige overheidsbeleid vertoont inconsistenties, aldus de programmamanager. “Bedrijven krijgen bijvoorbeeld subsidie voor ver- gisting van organische reststromen, terwijl sommige reststromen prima geschikt zijn voor hoogwaardige toepassingen, voor menselijke consumptie.”

Food & Biobased Research heeft met de systematische aanpak in het achterhoofd het initiatief genomen tot het EU Fusions project, gericht op een geharmoniseerd beleid voor alle 28 EU-landen. Daarnaast wordt in Wageningen een internationaal Network of Excellence opgericht. Doel is verliezen na de oogst terug te dringen en zo in ontwikkelingslanden de voedselzekerheid te helpen verbeteren.

Volgens Den Ouden begint een systematische aanpak bij samenwerking tussen ketenpartners, zowel in optimalisatie van processen als in onderzoek en innovatie. “Vooral vanuit logistiek oogpunt is er nog veel winst te behalen”, benadrukt hij. Meer bedrijven moeten de mogelijkheden gaan zien voor hoogwaardige benutting van grondstofstromen, inclusief bijproduct en reststroom. “Afval bestaat niet bij biomassa.”

Bewustwording

Beiden benadrukken het belang van consumentenvoorlichting. “De consument is in westerse landen de grootste verspiller in de keten”, zegt Timmermans. Een FoodBattle laat zien dat bewustwording en sociale innovatie in korte tijd effect hebben: als mensen zien hoeveel voedsel zij weggooien, dan verspillen ze binnen drie weken gemiddeld 20 tot 30 procent minder. Ook blijkt dat veel mensen nauwelijks het onderscheid zien tussen de TGT- en THT-datum en producten daardoor onnodig weggooien; een duidelijk aanknopingspunt voor gedragsverandering.

Ook consumentenvoorlichting heeft een systematische aanpak nodig, benadrukt Den Ouden: “Overheid en bedrijfsleven moeten gezamenlijk de consument benaderen met een consistente boodschap en zonder belerend vingertje. De uitdaging is niet alleen de ‘grachtengordelconsument´ aan te spreken, maar ook het grote publiek. “En daar is meer voor nodig dan een serie postbus-51 spotjes.”[kader]

‘Bewust in kleine hoeveelheden leveren’ Photo Ernesto KErkhof

“We streven continu naar procesoptimalisatie om producten zo lang mogelijk houdbaar te maken en verspilling in de fabriek te minimaliseren. Voor dagverse zuivel hebben we het optimum bereikt. We leveren bewust in kleine hoeveelheden, ook bij productpromoties. Door ons transport slim te organiseren heeft dit geen negatief effect op de CO²-uitstoot”, vertellen marketingdirecteur Ernesto Kerkhof (foto) en CSR coördinator Dennis Iseger van zuivelbedrijf Arla Foods Nederland.“Producten die onverkoopbaar zijn omdat de minimale THT voor de klant is verstreken, gaan naar de voedselbank. Zijn ze eenmaal voorbij de uiterste houdbaarheidsdatum, dan worden ze - mits van voldoende kwaliteit - verwerkt tot diervoeder. Overige reststromen worden vergist en omgezet in groene energie.”

“Komend jaar breiden we ons assortiment uit met een aantal portieverpakkingen. Daarbij zetten we in op duurzame materialen zodat de milieubelasting per saldo afneemt. Verder onderzoeken we hoe we de houdbaarheid van onze producten verder kunnen verlengen.”“We instrueren consumenten hoe ze een verpakking goed kunnen leegmaken en om niet te veel in een keer te kopen. Maar dat vinden we niet meer voldoende. Daarom werken we nu via de Nederlandse Zuivel Organisatie aan een publieke voorlichtingscampagne over de THT.” [/kader]

Optimistisch

Hoewel er nog wel wat hobbels zijn op de weg naar minder voedselverspilling, zijn Den Ouden en Timmermans optimistisch. “Het thema komt steeds hoger op de agenda. Veel bedrijven willen weten waar mogelijkheden liggen voor hun organisatie en hoe ze maatregelen kunnen integreren in het productieproces”, zegt Den Ouden. Bedrijven kunnen met hun vragen binnenkort terecht bij het No Waste Network, een initiatief van het ministerie van EZ, in samenwerking met de Alliantie Verduurzaming Voedsel. Hier vinden bedrijven best practices en tools voor verminderen van verspilling en optimale verwaarding van reststromen.

Timmermans verwacht dat op termijn een reductie van voedselverspilling met 40 tot 50 procent haalbaar is, mits overheid en bedrijfsleven in binnen- en buitenland hun krachten bundelen en inzetten op echte verbetering: “Voor elk bedrijf liggen er kansen. Innovatieve technologieën zijn noodzakelijk, maar de crux zit in een betere ketensamenwerking en in de overtuiging dat verspillen geen toekomst kent.”

Tekst: Lisette de Jong