Bedrijfsinformatie
Eurofins

Koolhydraten niet per definitie in de ban

De term ‘koolhydraatarm’ wordt door een groeiende groep consumenten omarmd. Terwijl onder koolhydraten ook voedingsvezels vallen: essentiële bouwstoffen voor het lichaam van zowel mens als dier. De juiste wijze van declareren op het etiket helpt misverstanden voorkomen. En biedt kansen voor de levensmiddelenproducent.

Tekst: Linda van ’t Land | Foto’s: Eurofins

“Koolhydraten is een overkoepelende term voor heel veel componenten in onze voeding”, aldus Jeroen van Soest, Business Unit Manager van het Carbohydrate Competence Centre (CCC) in Heerenveen. Het CCC is onderdeel van Eurofins Food & Feed Testing Netherlands en verzorgt alles op het gebied van koolhydraten, suikers en voedingsvezels in levensmiddelen en diervoeders. “Er bestaan kleine koolhydraten, zoals suiker. Daarnaast zijn er grote koolhydraten, bijvoorbeeld pectine. Een groot deel van die koolhydraten bestaat uit voedingsvezels.”

En hoewel steeds meer consumenten streven naar een voedingspatroon met zo min mogelijk koolhydraten, draagt dat volgens Van Soest bepaald niet bij aan de algehele gezondheid. “Voedingsvezels zijn ontzettend belangrijk voor de mens! Het zijn heel nuttige, goede en soms zelfs voor je lichaam vereiste koolhydraten, die je zeker niet van je menu moet schrappen. Vezels zorgen voor een goede darmwerking, ze bezorgen je een soepele stoelgang en ze verminderen de kans op hart- en vaatziekten of bepaalde typen diabetes.”

EurofinsGoede en slechte koolhydraten

Des te belangrijker is het dus om op het etiket van levensmiddelen tegenwoordig op de juiste wijze onderscheid te maken tussen suikers en voedingsvezels, wanneer het om koolhydraten gaat. “Op een etiket vermeld je onder andere de energie, het eiwitgehalte, het aantal koolhydraten, vetten en zout per honderd gram product”, vertelt Van Soest. “Koolhydraten mag je volgens wettelijke bepalingen uitsplitsen in suikers en voedingsvezels, dus feitelijk in minder goede en goede koolhydraten. Hoe meer vezels het product bevat, hoe lager de calorische waarde zal zijn. Heel aantrekkelijk voor consumenten die met hun gezondheid bezig zijn en goed op hun lijn letten. Het loont dus zeker de moeite om als levensmiddelenproducent het gehalte aan voedingsvezel in je product te laten bepalen. Voor alle mogelijke producten heeft het CCC van Eurofins de juiste methodes. We verzorgen de bepaling van het voedingsvezelgehalte voor producenten van levensmiddelen, maar ook voor retailers die meer over een product willen weten.”

EurofinsMeten is weten

Meetmethodes voor het gehalte voedingsvezel in een product zijn in de jaren tachtig ontstaan, toen vezels steeds belangrijker werden in onze voeding. “Er zijn methodes uit 1985 en 1991, die nog steeds goed dienst doet bij standaardproducten zoals brood”, aldus Van Soest. “In de jaren negentig ontwikkelden de methodes zich in rap tempo. Er wordt sindsdien onder andere onderscheid gemaakt tussen oplosbare en niet oplosbare vezels, die ieder ook weer hun eigen eigenschappen met zich meebrengen. De laatste jaren zijn er bovendien steeds meer soorten vezels bijgekomen. Denk aan fructanen of inuline. Hiermee wordt bijvoorbeeld witbrood vezelrijk gemaakt en zorgen we dat babyvoeding het juiste niveau aan goede melkkoolhydraten bevat. Omdat deze stoffen niet als vezels worden herkend in de oude meetmethodes, hebben we nieuwe methodes ontwikkeld waarmee we dit wél kunnen meten. Zo stijgt het totale gehalte voedingsvezel in een product en dat mag uiteraard als zodanig worden gedeclareerd op het etiket.”

EurofinsGezondheidsbevorderend

Overigens is het toevoegen van dergelijke nieuwe vezels volgens Van Soest niets geheimzinnigs. “Er is geen sprake van chemie; fructanen zijn ook gewoon stoffen uit de natuur. Net als inuline en resistent zetmeel zijn dit heel vezelrijke toevoegingen, waarmee je het vezelgehalte in een product omhoog kunt brengen. We ontdekken steeds meer manieren om voedsel te produceren.” Hij begrijpt dat levensmiddelenproducenten soms het liefst voor de oudere en dus goedkopere meetmethode kiezen. “Toch loont het echt om te investeren in nieuwere meetmethodes. Natuurlijk zijn ze iets duurder: de nieuwe methode duurt circa drie dagen, een dag langer dan de methode uit 1985. Maar dat levert ook echt iets op! Op een product mag ‘bron van vezels’ staan vermeld, wanneer er minimaal drie gram vezels per honderd gram product aanwezig is. Een product mag ‘vezelrijk’ heten, wanneer het minimaal zes gram vezels per honderd gram product bevat. Wanneer je dus die minimale grens van drie of zes procent vezels per honderd gram product bereikt, mag je dit claimen als gezondheidsbevorderend. Een dergelijke voedingsclaim is in de huidige maatschappij letterlijk en figuurlijk zeer waardevol.”

CCC – hét expertisecentrum voor koolhydraten

Het Carbohydrate Competence Centre van Eurofins Food & Feed Testing Netherlands is een internationaal erkend laboratorium in Heerenveen dat de levensmiddelenindustrie helpt om aan hoge kwaliteitseisen te voldoen. Het uitgebreide assortiment aan analyses op het gebied van koolhydraten en voedingsvezels levert nauwkeurige en snelle resultaten voor onder andere diervoeders, ingrediënten en supplementen. Het CCC helpt haar klanten de rol van koolhydraten te begrijpen en adviseert desgewenst over de verwerking hiervan in producten. Daarnaast biedt het CCC opleidingen, cursussen en wetenschappelijke ondersteuning op koolhydratenchemie, analyse van koolhydraten, voedingsvezels en andere aanverwante onderwerpen.

 

kader Food and Feed Testing

Eurofins Onsite Food Testing Netherlands
Roggedijk 4
5704 RH Helmond
Tel: +31(0)639 14 85 40
www.eurofinsfoodfeedtesting.nl

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *