Duurzaamheid
voedingspatroon toekomst

Op 5 oktober werd de landelijke Dutch Agri Food Week geopend in Den Haag, met als thema ‘wat eten we nu en in 2050?’ Expert duurzaam eten Corné van Dooren geeft namens het Voedingscentrum zijn antwoord op die vraag.

Om in 2050 10 miljard mensen te kunnen voeden moeten we minstens de helft meer voedsel produceren dan nu. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

Daar zijn drie dingen voor nodig. Allereerst het aanpakken van voedselverspilling. Een derde van ons voedsel gaat nu nog verloren, in de keten of bij de consument. Het aandeel van de consument daarin is nu ruim 30%. Het Voedingscentrum ziet het als een belangrijke taak om dat te verminderen door consumenten goede voorlichting te geven over hoe ze slimmer kunnen kopen, koken en bewaren.

Ook innovatie is belangrijk om de voedselopbrengst per hectare te vergroten, en voedsel met minder fossiele energie, water en uitstoot van broeikasgassen te kunnen produceren.

Ten slotte moeten we anders gaan eten. Ons huidige voedingspatroon is simpelweg niet houdbaar bij een grote bevolkingsgroei. Met name het aandeel van dierlijke producten moet omlaag. Sinds de jaren ‘50 en ‘60 is de vleesconsumptie in Nederland verdubbeld. Sinds 2010 is dat weer wat aan het zakken, maar in ontwikkelende economieën in Azië en Afrika neemt het juist toe. Dieren hebben heel veel input nodig wat betreft land en energie, en hebben een grote impact op het milieu. Door minder dierlijke producten te eten kan ruimte worden vrijgemaakt voor gewassen die meer kunnen leveren per hectare.

Wat is in de toekomst de verhouding tussen lokaal geproduceerd voedsel en internationale ketens?

Een beetje dubbel. Als we een circulaire landbouw willen, moeten we lokaal doen wat lokaal kan. Vooral versproducten kunnen dicht bij de markt geproduceerd worden. Dingen die je lang kan bewaren kunnen best van wat verder komen, zeker als je daar elders een beter klimaat voor hebt en je het per boot kan vervoeren. We halen onze tarwe ook uit Frankrijk omdat daar de kwaliteit beter is. Maar als je de kringlopen wilt sluiten is het goed als een deel van de producten lokaal wordt gemaakt. Het is geen probleem om af en toe exotische dingen te eten maar dat hoeft niet de basis van je eetpatroon te zijn.

Voor veel hoogtechnologische producten bestaat veel argwaan, zoals GMO’s. Zal daar in de toekomst verandering in (moeten) komen?

Ligt eraan hoe hoog de nood is. Je ziet aan de monitor dat er bij consumenten behoefte is aan natuurlijke en minder hoogtechnologische producten. GMO’s zijn misschien een snelle technologische oplossing, maar vaak zijn er ook natuurlijke oplossingen te vinden. Neem bijvoorbeeld golden rice, een genetisch gemodificeerd ras van rijst dat extra vitamine A levert. Op zich een goede uitvinding. Toch zijn er traditionele rassen van natuurlijke rijst die hetzelfde bieden maar die eigenlijk vergeten zijn.

Welke rol moet de voedselverwerkende industrie spelen in de toekomst?

De voedselverwerkende industrie kan veel doen om innovaties in de keten te ontwikkelen, zoals manieren om voedsel langer goed te houden. Daar zitten grote uitdagingen. Consumenten krijgen namelijk een steeds grotere allergie voor plastic en houden van vers voedsel. Hoe presenteer je een vers product dat toch lang houdbaar is, zodat het niet weggegooid wordt? Daar is nog veel ontwikkeling in mogelijk. Ook is het de uitdaging om als het bedrijfsleven dicht op de markt te blijven zitten en in te spelen op demografische veranderingen, zoals de kleinere huishoudens.

Daarnaast is het belangrijk dat er diversificatie in de keten wordt gebracht. Te veel producenten en retailers zijn afhankelijk van één leverancier of één ras van een bepaald fruit. Daarmee maak je de voedselvoorziening kwetsbaar voor politieke schommelingen, prijsschommelingen en klimaatverandering. Zie het als een manier om je risico te spreiden en om een robuuster voedselsysteem te krijgen.

De (vegetarische) hamvraag: wat eten we in 2050?

Onze eetcultuur is hardnekkig, maar kan in een decennium al zichtbaar veranderen. We zien in de afgelopen tien jaar dat Nederlanders meer water en thee drinken in plaats van frisdrank en alcohol. Ook is het al normaal aan het worden om niet dagelijks vlees te eten. Eigenlijk hoeft er in de eetcultuur niet zo heel veel te veranderen, alleen de verhoudingen moeten anders. Minder dierlijke en meer plantaardige producten is het voornaamste doel. Een basis van granen en groenten aangevuld met wat vlees, vis en andere al dan niet dierlijke eiwitbronnen. Producten als zeewier, peulvruchten en noten kunnen een groter aandeel krijgen in ons voedselpatroon, als zij op een aantrekkelijke manier worden geproduceerd en gepresenteerd. Dat zit iets dichter bij onze eetcultuur dan bijvoorbeeld insecten of kweekvlees. Het is ook niet nodig om insecten aan ons voedselpatroon te gaan toevoegen; Nederland heeft geen eiwittekort. Juist in veel arme landen is er behoefte aanmeer goede eiwitbronnen die in hun cultuur passen, zoals vis, kip, peulvruchten, noten of insecten.

Deel dit artikel

1 reactie op “‘Ons huidige voedingspatroon is niet houdbaar bij een toenemende bevolking’

  1. Henk van Dalen zegt:

    Stel dat ons voedsel dat nu nog verloren gaat terugbrengen van 30% naar 10%. Wat zijn dan de gevolgen? Zullen de producten duurder worden om toch de omzet te halen? Hoeveel supermarkten, producenten en aanverwante bedrijven zullen moeten sluiten. Hoeveel kapitaalverlies zou dit geven? Hoeveel zullen hun baan verliezen? Wie draait er op voor de vermindering van belastinginkomsten. Wie bevoorraad de voedselbanken, enz. enz

    Henk van Dalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *