Internationale studie: milieu-impact moet meer nadruk krijgen in voedingsrichtlijnen

Koken/gezonde voeding (unsplash)

Bij de beoordeling van nationale voedingsrichtlijnen moet ook gekeken worden naar de milieu-impact van voedselproductie, schrijft Wageningen University & Research naar aanleiding van een internationale studie. Aangepaste richtlijnen zouden volgens de studie in Nederland kunnen bijdragen aan een aanzienlijke daling van zowel het grondgebruik voor voedselproductie als de uitstoot van broeikasgassen.

Het internationale onderzoek is gepubliceerd in de Lancet Planetary Health. In de studie gebruiken onderzoekers van de universiteiten van WUR, Zürich en Cornell en het Research Institute of Organic Agriculture FiBL de principes van circulaire voedselproductiesystemen om de gevolgen voor het milieu en de bijdragen van nationale voedingsrichtlijnen te beoordelen. Uit het onderzoek blijkt dat de hoeveelheid dierlijke producten die wordt aanbevolen in de nationale voedingsrichtlijnen in Europa aanzienlijk kan worden verlaagd en dat de belangrijkste milieugevolgen van voedselkeuzes kunnen worden aangepakt door andere landbouwpraktijken.

Minder dierlijke producten

In het onderzoek is gekeken naar vijf Europese landen (Nederland, Bulgarije, Malta, Zweden en Zwitserland) met verschillende geografische kenmerken en culturele gewoonten. De onderzoekers ontdekten dat de vermindering van de aanbevolen hoeveelheid dierlijke producten in veel gevallen kan bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Ook kan door het gebruik van circulariteitsprincipes in de landbouw een beter bodemverbruik worden bewerkstelligd.

Milieu-impact

Volgens de auteurs van de studie moet milieu-impact een kritieke rol spelen bij het opstellen van nationale voedingsrichtlijnen. De auteurs stellen dat een volledige transformatie van het voedselsysteem noodzakelijk is om de volledige milieu-impact te realiseren. Deze veranderingen zijn onder andere verlagingen van het totale aantal dieren en dierlijke producten, investeringen in veerassen met lagere alternatieve kosten die beter geschikt zijn voor biomassa, en een verschuiving in de hoeveelheid minerale meststoffen en veevoerimport.

Lees hier het volledige onderzoek.

Bron: WUR

Thema's
Lees ook
Inspiratiesessie NAPV: Naar een gezonder voedselaanbod, ook out-of-home

Inspiratiesessie NAPV: Naar een gezonder voedselaanbod, ook out-of-home

Wat is nodig om het voedselaanbod voor consumptie buitenshuis te verbeteren en hoe kan de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV) daaraan bijdragen? Tijdens de inspiratiesessie ‘NAPV voor out-of-home en kant-en-klaar’ op 28 november, boog een dertigtal praktijkdeskundigen zich samen met experts van het RIVM en het Voedingscentrum over dit vraagstuk....

Thijs Defraeye benoemd tot buitengewoon hoogleraar ‘Data and Simulations for Self-care Postharvest Fresh-food Supply Chains’

Thijs Defraeye benoemd tot buitengewoon hoogleraar ‘Data and Simulations for Self-care Postharvest Fresh-food Supply Chains’

Thijs Defraeye is benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Data and Simulations for Self-care Postharvest Fresh-food Supply Chains’ bij de groep Food, Quality & Design. De functie wordt gefinancierd door Empa, een Zwitsers onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met materiaalwetenschappen en -technologie. In zijn onderzoek richt Defraeye zich op kwaliteitsverlies...

De verrassende chemie van de natuur

De verrassende chemie van de natuur

Hoe komen we van een dierlijk naar een plantaardig consumptiepatroon? De eigenschappen van plantaardige eiwitten zijn nou eenmaal anders dan die van dierlijke. Bij WUR doen ze onderzoek naar het verbeteren van die functionaliteiten.

Op de hoogte blijven van alles wat er speelt in de voedingsmiddelenindustrie?

 

Abonneren