Voedselveiligheid & kwaliteit

Dega 16 was echt verboden

fipronilaffaire

Dega 16 is de productnaam voor de mix van etherische oliën waarin de bloedluisbestrijders van Chickfriend fipronil verstopten. Ze zorgden daarmee voor een integriteitsfraude met eieren die tot ver buiten onze landsgrenzen de gemoederen nog steeds bezighoudt. Boeren en hun standsorganisaties zeiden misleid te zijn. Omdat Chickfriend voorwendde dat het om etherische oliën ging, zouden ze niet hebben kunnen weten dat het middel verboden middel was. Etherische oliën zijn – zeiden pluimveehouders en hun standsorganisaties- toegestaan. Dat is volgens het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) echter nadrukkelijk niet het geval.

Door Dick Veerman – Foodlog

Afgelopen week vroeg ik het Ctgb of biociden – middelen die organismen doden – die niet op zijn toelatingenlijst staan, toch toegestaan kunnen zijn om een andere reden. Die vraag is relevant tegen de achtergrond van de verklaring van onder meer standsorganisatie IKB-ei dat de organisatie wel had gehoord van een succesvol anti-bloedhuismiddel, maar geen reden zag daar pro-actief navraag over te doen omdat het om ‘etherische oliën’ zou gaan; die zouden toegestaan zijn als biocide zoals ook groene zeep, spiritus en warm water dat zijn. IKB-ei verzorgt de kwaliteitsborging en het risicomanagement van de legpluimveehouderij in Nederland.

Mijn mailtje luidde:

Kan een etherische olie die als biocide wordt gebruikt in de dierlijke voedselketen zonder toelating door Ctgb of plek op de RUB-lijst legaal heten?

Omdat ongebluste kalk expliciet wordt genoemd voor gebruik in de pluimveehouderij op de RUB-lijst* (en daarnaast bijv. spiritus, zeep en water in de plantaardige landbouw) kom ik er formeel niet goed uit.

Duidelijk is dat DEGA-16:

  • niet op de lijst van toelatingen voorkomt
  • de oliën apart of als combinatie niet op de RUB-lijst voorkomen
  • zeer succesvol was als biocide en bekend was dat het zo succesvol was

29 augustus antwoordde het Ctgb:

In het algemeen geldt dat al die stoffen en middelen biociden zijn, die op het etiket of in de marketing claimen dat zij organismen – ‘beestjes’, bacteriën, virussen – kunnen doden of verdrijven. Die biociden mogen alleen worden verhandeld en gebruikt, als ze zijn toegelaten door het Ctgb. Het Ctgb beoordeelt of ze bij het voorgeschreven gebruik veilig zijn voor mens, dier en milieu. Toegelaten middelen hebben op het etiket altijd een toelatingnummer dat begint met NL of eindigt op een ‘N’.

Zoals staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken in het Kamerdebat van 24 augustus benadrukte: ook groene middelen kunnen gevaarlijk zijn en mogen dus alleen worden gebruikt na een toelating. Het gaat niet om de herkomst van de gebruikte stoffen, maar om de werking die wordt geclaimd, ook al zijn de bestanddelen ‘natuurlijk’, zoals etherische oliën.

Zitten slapen

Tevens zette de organisatie een openbaar antwoord online. Daaruit blijkt dat het Ctgb nadrukkelijk vasthoudt aan zijn strenge toelatingsbeleid: zonder positieve toelating, mag een middel niet worden gebruikt, al gaat het om warm water en groene zeep.

Dat brengt IKB-ei en de pluimveehouders in een lastige situatie nu zij via juridische procedures schade claimen bij de overheid. Een ondernemer is wettelijk verplicht om na te gaan of middelen die hij gebruikt, zijn toegelaten. Dat waren ze niet. Zelfs zijn overkoepelende kwaliteitsorganisatie IKB-ei heeft, volgens het oordeel van het Ctgb, zitten slapen door niemand te waarschuwen. Via een eind 2016 gestartte enquête wisten de overkoepelende organisatie Avined en de onderzoekers die de uitkomsten daarvan analyseerden van het gebruik van het verboden middel.

* De Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen , waarin natuurlijke producten voor specifiek gebruik vermeld staan zoals zout, water, suiker, bier en kalk.

 

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *