‘Waakhonden zorgen zelf voor afname voedselvertrouwen’

uffelen-theo-van_coca-cola

DEN HAAG – “Het is geen wonder dat het vertrouwen in voedsel is afgenomen. Berichtgevers over voeding (tv-programma’s, ngo’s en bloggers) hebben te weinig interesse in de nuance en de neveneffecten van hun kritische boodschappen. Hierdoor wordt de consument op het verkeerde been gezet.”

Dat zei Theo van Uffelen, marketing directeur bij Coca-Cola Europe, category sparkling softdrinks, tijdens het Nieuwjaarsdebat van Schuttelaar & Partners. Hij ergert zich aan de neerwaartse spiraal in de kwaliteit van de berichtgeving over voeding.

Schoolontbijt

Als voorbeeld gaf hij de kritiek bij het Nationaal Schoolontbijt. Foodwatch noemde het toen een promotie van ongezond eten en zei dat kinderen juist meer groenten en fruit moeten eten. Dit terwijl het volgens hem juist ook belangrijk is om ontbijten te promoten. “Met deze kritiek spoel je het kind met het badwater weg”, zei Van Uffelen, “en verlies je het grotere plaatje uit het oog.”

“Ik sta hier als marketeer in food en hoe consumenten daarmee omgaan, maar ook als vader van 2 kinderen. Ik vind dat we van een corporate social responsibility over moeten naar een collective social responsibility.”

Zelfreflectie

Volgens hem zijn marketeers en bedrijven de pubertijd inmiddels ontgroeid. “Bij pubers moet de verantwoordelijkheid nog van buiten komen. Daarna ontstaat zelfreflectie en ontstaat de eigen verantwoordelijkheid.”

“Kritische berichtgeving en waakhonden hebben een gunstige invloed gehad. En dat was ook nodig. Maar nu is er de eigen sociale verantwoordelijkheid. Bedrijven en marketeers snappen dat en willen dat ook.”

'Eigenbelang voorop'

Volgens Hilde Anna de Vries, directeur Foodwatch, zéggen bedrijven wel iets te willen doen, maar blijven ze juist hun eigenbelang vooropstellen, al dan niet via lobby of zelfregulering. "Wie af wil van kritiek, moet zorgen dat er geen kritiek te geven is."

"Niet ngo's, die namens consumenten spreken, maar de industrie is de partij die dagelijks bewust misleidt. Zij eist zelfregulering, maar maakt dit zelden waar", zei de Foodwatch-directeur. "De industrie lobbyt tegen het implementeren van wetgeving die transparantie borgt. En de industrie bepaalt via commissies in Brussel wat aan ons eten wordt toegevoegd."

Volgens haar zouden industrie en overheid de hand in eigen boezem moeten steken en de kritiek van ngo's moeten zien als kans om consumenten het nu beschaamde vertrouwen terug te geven.

'Rol is veranderd'

Van Uffelen vindt dat de rol van waakhonden is veranderd. “Van beschermer van consumentenbelangen zijn ze zich meer en meer de rol van deskundige aan gaan meten en daarbij hebben ze een groeiende invloed op de publieke opinie. Maar zij hebben ook een verantwoordelijkheid bij het eindresultaat, het vermogen van de consument om een verantwoorde keuze te maken.”

Hij gaf als ander voorbeeld de uitzending van Tros Radar over de in hun ogen hype rond cholesterolverlagers. “Volgens de tv-uitzending was cholesterol niet erg. Het gevolg was dat patiënten in verwarring raakten en stopten met medicijngebruik.”

Aspartaam

Een recenter voorbeeld is de discussie over aspartaam. “Op internet wordt voortdurend geschermd met wankel onderzoek dat tegenover 40 jaar degelijk onderzoek wordt gezet. EFSA beoordeelt aspartaam voor de vijfde keer als veilig. Toch blijft de zoetstof in een kwaad daglicht gezet worden. Door het creëren van onrust worden consumenten op het verkeerde been gezet en ontneem je ze een alternatieve keuze.”

Snuffelhonden

Van Uffelen zegt de frustratie van bedrijven en ook diëtisten goed te begrijpen. Hij vindt dat waakhonden moeten beseffen dat ze ook zelf een sociale verantwoordelijkheid hebben. "Dat helpt hen ook om hun geloofwaardigheid op de langere termijn te behouden."

Een van de aanwezigen vond dat waakhonden eigenlijk snuffelhonden moeten worden. “Niet meteen blaffen, want primaire reacties doen de consument vaak geen goed.”

Een artikel over het debat is te lezen in EVMI 1 van 11 februari 2014.

Lees ook: