Weinig aandacht voor voeding tijdens medische opleiding

Medische training_unsplash

Foto: Unsplash

Tijdens een medische opleiding is er niet voldoende aandacht voor voeding. Daardoor hebben (huis)artsen weinig mogelijkheden om hun patiënten adequate adviezen te geven over voedingsmiddelen en eetpatronen. Dit is een wereldwijd probleem en onafhankelijk van land, gezondheidszorgsysteem of jaar van medische opleiding. Dat constateert prof. Gert Jan Hiddink, emeritus hoogleraar Nutrition Communication through Health Professionals aan Wageningen University & Research met internationale collega’s. 

Voeding is belangrijk voor een gezonde levensstijl. Toch worden voedingspatronen de laatste vijftig jaar gekenmerkt door een laag gehalte aan belangrijke nutriënten (zoals eiwit) en voedingsmiddelen (zoals groenten en fruit) en een hoog gehalte aan zout, suiker en vet, die bijdragen aan een slechte voedingsinname van een groot deel van de wereldbevolking. Dit heeft de volksgezondheid in toenemende mate kwalen als diabetes, obesitas, hart- en vaatziekten opgeleverd, en dit leidt tot een groeiend beroep op de gezondheidszorg.

Wereldwijd sterven elf miljoen mensen per jaar aan voedingsfactoren, waardoor een slechte voeding de belangrijkste risicofactor voor overlijden vormt, belangrijker dan alle andere risicofactoren. In veel landen hebben huisartsen de taak hun patiënten te adviseren over goede voeding. Zij zijn gewoonlijk de meest vertrouwde bron van gezondheidsinformatie voor de patiënt. Maar als afgestudeerden hun carrière als medische professional beginnen, is het maar de vraag of ze (en zo ja, in hoeverre), goed voorbereid zijn om in gesprek te gaan met patiënten over voeding en voedingspatronen.

Internationaal wordt al 50 jaar gerapporteerd over inadequate voedingstraining, ontevredenheid met de ontvangen voedingstraining en het gevoel onvoorbereid te zijn om voedingsbegeleiding aan patiënten te geven. In recente jaren is er maar weinig vooruitgang geboekt. Afgestudeerde medische studenten hebben ook consistent gerapporteerd dat zij te weinig voedingskennis en -vaardigheden bezitten om effectief gedragsverandering op het gebied van de voeding van patiënten te ondersteunen.

Daarom, zo zeggen de onderzoekers, moet er een institutioneel commitment zijn om voedingstraining verplicht te stellen. Het overbezette medische opleidingsprogramma vereist innovatieve onderwijspraktijken zodat het onderwerp geïncorporeerd kan worden in de bestaande tijdsspanne. Verder dient voeding vroeg in de medische opleiding te worden opgenomen, en uitgebreider in het verdere trainingsprogramma. Daarbij zijn rollen weggelegd voor medische voedingsexperts of diëtisten naast andere systeemexperts, zoals cardiologen. Verder is er overeenstemming nodig over de inhoud van een voedingscurriculum en het niveau van voedingskennis van afgestudeerden.

Het gebrek aan voedingstraining van medische studenten heeft invloed op hun kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen om voedingsadviezen in te bouwen in de patiëntenzorg. Dit betekent dat zij mogelijkheden missen in gevallen dat zo´n advies zou kunnen helpen. Meer algemeen gesproken betekent het falen om voeding prioriteit te verlenen gedurende de medische training, dat de relevantie van voeding voor een gezonde lifestyle niet wordt bekrachtigd. 

Het zich niet adequaat voorbereid voelen van medische afgestudeerden om voedingszorg te verlenen aan patiënten staat in schril contrast met de verwachting dat artsen voedingsinformatie verstrekken aan patiënten om het beleid bij condities, waarbij slechte voeding een belangrijke risicofactor vormt, te ondersteunen. Dergelijke ‘nutrition care’ wordt in veel landen door gezondheidsautoriteiten en hun eigen professionele organisaties aanbevolen. 

Om zelfs maar basale ‘nutrition care’ te verstrekken dienen artsen adequate voedingskennis en -vaardigheden te bezitten, en de noodzakelijke attitudes om de integratie hiervan in de dagelijkse praktijk met patiënten te ondersteunen. Zij dienen ook in staat te zijn te verwijzen naar een andere gezondheidsprofessional, zoals een diëtist of een voedingsdeskundige.

Thema's
Lees ook
Jury oordeelt: glyfosaat in Roundup veroorzaakte kanker

Jury oordeelt: glyfosaat in Roundup veroorzaakte kanker

De jury die Bayer twee weken geleden in San Francisco schuldig bevond aan het veroorzaken van de kanker die Edwin Hardeman opliep, stelde woensdag 27 maart de straf vast. Hoewel er wetenschappelijk geen oorzakelijk verband is vast te stellen, oordeelde de jury dat de man ziek is geworden omdat hij Roundup met glyfosaat in zijn tuin gebruikte. Bayer...

Brancheorganisatie vleessector vindt Week Zonder Vlees te commercieel

Brancheorganisatie vleessector vindt Week Zonder Vlees te commercieel

De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) haalt aan dat er nogal wat commerciële partijen bij de Nationale Week Zonder Vlees betrokken zijn, en dat daarom het “maatschappelijk & duurzaam profiel” wordt overschaduwd door marketingdoeleinden van de producenten. Een hoop commerciële partijen zijn betrokken bij de Week...

BEUC aan Europese Commissie: bescherm consumenten tegen acrylamide

BEUC aan Europese Commissie: bescherm consumenten tegen acrylamide

Tien consumentenorganisaties, waaronder de Nederlandse Consumentenbond, hebben onderzocht hoeveel acrylamide er in ons eten zit. Te veel, concluderen ze. De overkoepelende consumentenorganisatie BEUC adviseert bindende maxima en meer duidelijkheid naar consumenten. In de herfst van 2018 hebben tien consumentenorganisaties, verspreid over Europa, producten...