Zo denken Europeanen over voedselveiligheid (EFSA-rapport)

vlag-eu

De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA onderzocht met een enquête onder meer dan 27.000 respondenten hoe Europese burgers tegen voedselveiligheid aankijken. In 2010 werd voor het laatst een soortgelijke enquête over dit onderwerp gehouden.

Het uitgebreide rapport dat de EFSA heeft opgesteld staat vol interessante inzichten. Bijvoorbeeld in de punten waarop Nederlanders van andere Europeanen verschillen. Voor 22% van de Europese burgers is voedselveiligheid de belangrijkste factor bij het kopen van een voedselproduct, terwijl nog eens 43% het als minder belangrijke factor meeweegt. Andere zaken die zwaar meewegen zijn: waar het vandaan komt, wat het kost en hoe het smaakt. Voedzaamheid komt gemiddeld pas op plek vijf. Nederlanders vormen een uitzondering: als enige gaven Nederlandse respondenten voedzaamheid als belangrijkste overweging bij het kopen van een product.

Bewustzijn

Europeanen zijn zich relatief goed bewust van voedselveiligheidskwesties, zegt het rapport. Van een flinke reeks voedselveiligheidskwesties zei een aanzienlijk deel van de respondenten wel eens gehoord te hebben, van allergische reacties tot dierziekten, chemische vervuiling of genetische modificatie. Niet verrassend is dat Nederland daarbij bovenaan staat; van vrijwel iedere kwestie heeft de gemiddelde Nederlander wel iets gehoord. Europeanen maken zich vooral zorgen over sporen van antibiotica, hormonen en steroïden in vlees (44%) en pesticiden (39%).

Wel opvallend: 43% van de respondenten is het eens met de stelling dat voedsel tegenwoordig vol schadelijke stoffen zit. Vooral in bijvoorbeeld Frankrijk en Kroatië bestaat weinig vertrouwen in voedsel; meer dan 60% van de respondenten uit die landen waren het met de stelling eens. In Nederland was dat slechts een derde.

Vertrouwen

Respondenten werd ook gevraagd wat zij betrouwbare bronnen vonden voor informatie over voedselveiligheid. Vooral wetenschappers kwamen er goed vanaf: 82% van de Europeanen zegt informatie van hen te vertrouwen. Dat is een stijging ten opzichte van de enquête in 2010, toen dat nog maar 72% was. Vreemd genoeg is er dan weer geen meerderheid voor de stelling dat wetenschappelijk advies over veiligheidsrisico’s niet wordt beïnvloed door politieke of commerciële belangen. Slechts 21% is het met die stelling eens.

Nederlanders hebben relatief veel vertrouwen in de wetenschap, consumentenorganisaties en nationale en Europese autoriteiten. Er is relatief weinig vertrouwen in de voedingsmiddelenindustrie, als het gaat om informatie over voedselrisico’s. Voor de industrie valt er dus nog wel wat te winnen in ons land.

Lees ook
Wat kan de voedingsindustrie leren van de coronacrisis?

Wat kan de voedingsindustrie leren van de coronacrisis?

De Technische Unie verzorgde begin september een webinar over de lessen die de voedselindustrie kan leren van COVID-19. De Technische Unie is de grootste Nederlandse groothandel voor de industrie op het gebied van Maintenance, Repair en Overhaul (MRO) en Original Equipment Manufacturing (OER). Wouter Burggraaf, de eigenaar van adviesbureau Burggraaf...

‘Een audit is geen straf’

‘Een audit is geen straf’

De effectiviteit van het kwaliteitssysteem van je bedrijf bepalen, en kijken in hoeverre wordt voldaan aan eisen van klanten en wet- en regelgeving. Dat kan door middel van een audit: een systematisch en onafhankelijk onderzoek. “Een audit is geen straf, maar een manier om te kijken welke verbeterpunten er mogelijk zijn”, aldus Jeroen Hendrickx...

Corona en de kracht van ketenintegratie

Corona en de kracht van ketenintegratie

Dat we ingrediënten van over de hele wereld halen, vinden we heel normaal. Onze voorouders haalden in de vijftiende eeuw immers al grondstoffen en specerijen uit alle werelddelen. Met de ontwikkeling van snelle transport- en communicatiemogelijkheden zijn mondiale productieketens in de voedingsindustrie alleen maar toegenomen. Maar nu de uitbraak van...