FNLI: ‘Geen oorzakelijk verband tussen sterke bewerking en gewichtstoename’

burger-pixabay

Een groep onderzoekers onder leiding van Kevin Hall publiceerde deze maand een onderzoek met snoeiharde conclusies: sterk bewerkt voedsel zou de oorzaak zijn van de gewichtstoename onder de bevolking. EVMI vroeg de FNLI om een reactie. De branchevereniging erkent de resultaten, maar wil wel het een en ander nuanceren. ‘De titel van het artikel suggereert dat ultra-processing oftewel ‘sterke’ bewerking de oorzaak zou zijn van de gewichtstoename onder de bevolking. Wij zien niet een oorzakelijk verband.’

Wat vinden jullie van het onderzoek?

De FNLI heeft kennis genomen van dit onderzoek. Zonder de details nauwkeurig te hebben bestudeerd, herkennen we de resultaten. Dit is een (goede) studie in een laboratoriumsituatie met 20 personen.

Consumptie van een voedingspatroon met veel ‘sterk’ bewerkte producten in de studie bleek te leiden tot gewichtstoename en snellere consumptie. Als je producten eet, waarbij je snel veel kilocalorieën binnenkrijgt, is het gemakkelijker teveel te eten. In de praktijk eten mensen een mix van voedingsmiddelen. Een laboratoriumsetting neemt ook het keuzegedrag in het dagelijkse leven niet mee.

De titel van het artikel suggereert dat ultra-processing oftewel ‘sterke’ bewerking de oorzaak zou zijn van de gewichtstoename onder de bevolking. Wij zien niet een oorzakelijk verband. De onderzoekers doen dit zelf ook niet op basis van deze studie.

Zijn jullie het eens met de conclusie dat sterk bewerkt voedsel ervoor zorgt dat mensen meer gaan eten?

Als de conclusie van deze studie is dat een voedingspatroon dat veel energiedichte producten bevat en makkelijk te eten is, eerder tot overconsumptie leidt dan een voedingspatroon met minder energiedichte producten, is er sprake van een plausibele conclusie. Voor de goede orde merken we wel op dat we het hebben over energiedichte producten, niet over de mate van bewerking.

De FNLI heeft namelijk veel moeite met de benaming sterk bewerkt voedsel. Wij zien geen 1-op-1 relatie tussen de mate van bewerking op zich en iets met de “gezondheidswaarde” van een individueel voedingsmiddel. Ter illustratie: sommige producten zijn zonder bewerking niet geschikt voor consumptie (denk bijvoorbeeld aan peulvruchten) of zelfs giftig terwijl bewerking ook nodig kan zijn om de veiligheid van voedsel te borgen. Zeezout wordt beschouwd als ‘weinig bewerkt’ maar is desalniettemin een ingrediënt waarvan je niet veel zou moeten consumeren. Een gemiddeld Nederlands voedingspatroon bevat juist teveel zout.

De FNLI en de industrie werken hard aan calorieverlaging in bewerkt voedsel. Maar volgens dit onderzoek is het probleem van bewerkt voedsel niet het aantal calorieën dat erin zit, maar juist dat je er veel minder snel een voldaan gevoel van krijgt en er meer van eet. Is alleen calorieverlaging wel genoeg om obesitas te bestrijden?

Calorieverlaging alleen is uiteraard niet voldoende. Een voldaan gevoel, verzadiging speelt zeker ook een rol. Verzadigingsgevoel is een complex fenomeen, waar talloze nutritionele studies aan zijn gewijd. Zo duurt het even voordat je je verzadigd voelt nadat je bent begonnen te eten. Daarom passen producten met een lage calorie-dichtheid en texturen waar je een poos op moet kauwen, goed in een verantwoord dieet. De meeste groenten zijn hier bij uitstek een voorbeeld van. Maar calorieën tellen en verzadigingsgevoel maximeren is ook niet voldoende. Obesitas wordt veroorzaakt door vele factoren en is best ingewikkeld. Portiegrootte limitering is een andere bewezen belangrijke factor.

70 partijen, inclusief de FNLI, tekenden vorig jaar het Nationaal Preventieakkoord. In dit akkoord hebben maatregelen om bewegen te stimuleren een belangrijke plek. Ook andere leefstijlfactoren, leefomgeving en zorg komen aan de orde. De levensmiddelenindustrie heeft daarbij getekend voor elementen waar haar leden invloed op kunnen uitoefenen: minder verleidingen, meer producten met minder calorieën en/of kleinere porties in het schap en minder calorieën (vet, suiker), verzadigd vet en/of zout in producten. 

Wat betekent dit onderzoek voor de industrie? Moet er nog meer gebeuren behalve calorieverlaging? Zo ja, wat dan?

Overgewicht is een complexe opgave, waar geen individuele partij één, allesomvattende oplossing voor heeft. De industrie heeft gekeken waar zij als industrie de grootste bijdrage kan leveren en zoekt ook de samenwerking met andere stakeholders. Om echt het verschil te maken is deze samenwerking cruciaal. Bijvoorbeeld op scholen en sportkantines wordt het makkelijker om gezonder te kiezen of meer te bewegen. Zo zorgen schoolbesturen voor lesprogramma's over gezondheid, verbeteren producenten het kantineaanbod en kiezen cateraars vervolgens voor dit aanbod. Niet alleen voeding en de samenstelling van voedingsmiddelen, ook leefstijl is hierin een belangrijk aandachtspunt.

Lees ook
RIVM stelt PFAS-normen oppervlaktewater bij

RIVM stelt PFAS-normen oppervlaktewater bij

Het RIVM heeft nieuwe PFAS-normen berekend voor oppervlaktewater. Het uitgangspunt hierbij was dat mensen hun leven lang vis uit oppervlaktewater moeten kunnen eten, zonder teveel PFAS binnen te krijgen.

Droogte zorgt nog niet voor problemen levensmiddelenindustrie

Droogte zorgt nog niet voor problemen levensmiddelenindustrie

De hitte en de daarmee gepaard gaande droogte zorgt nog niet voor problemen bij de Nederlandse levensmiddelenindustrie. De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) heeft hier nog geen signalen over ontvangen.

Foodwatch roept voor de vierde keer Suikermaxdag uit

Foodwatch roept voor de vierde keer Suikermaxdag uit

Kinderen krijgen te veel suiker binnen. Ze eten dagelijks twee keer de geadviseerde hoeveelheid. Foodwatch vraagt aandacht voor de overconsumptie van suiker met de Suikermaxdag. Zaterdag 9 juli bereikten Nederlandse kinderen tussen de 4 en 8 jaar oud hun suikerlimiet voor een heel jaar.